Eindshow

Links

Rolschaatsverenigingen Nederland

Rolschaatsvereniging Rolling '90

R.C. De Oude Molen

Rollerclub Alico

RV Olympia

Valkenswaardse Roller Club

Kunstrolschaatsvereniging R.C. Kerrolls

EWK De Molenstad

Winschoter Kunstrolschaats Club

 

Bonden

Kunstrolschaatsen.nl

 

Fotografie

Regiofotograaf.nl

Kleding

Het is raadzaam om tijdens trainingen te schaatsen in een trainingspakje. De minimale eis is dat de kleding aangesloten en niet wijdvallend is. Op deze manier kan de train(st)er de bewegingen van het lichaam goed zien. Daarnaast kun je tijdens de trainingen je de rolschaatsen beschermen met rolschaatshoezen.

 Tijdens de figuurwedstrijden wordt er gereden in het clubpak en tijdens vrijrijwedstrijden in een eigen kürpakje. Dit is meestal geglitterd.

 Op het moment dat een lid deel gaat nemen aan de bondstest of aan de Nederlandse Kampioenschappen Show, dien je een clubpak bij de vereniging aante schaffen. Het clubpak mag alleen worden gedragen op wedstrijden en testen. Het is niet toegestaan om in het clubpak te trainen. Kleine mankementen moeten zelf netjes gerepareerd worden. Mocht het clubpak in verloop van tijd te klein zijn geworden dan kun je dit onderling ruilen of verkopen.  

Het is niet gebruikelijk om tijdens wedstrijden met hoesjes te rijden. Alleen bij de beginners wordt het nog wel eens gedaan. Over het algemeen rijdt men met een gewone panty of een overbootpanty. Een overbootpanty wordt over de rolschaatsschoen heen getrokken. Let er wel op dat er geen grote boorden aan de panty zitten, die onder het pakje uit komen. Verder moet je er voor zorgen dat je haardracht geen belemmerende factor is, bij voorkeur opsteken of invlechten.

Hoe maak ik een kür- of trainingspakje?

 Benodigde onderdelen:

  1. patroon van pakje en eventueel hoesjes (zie beschrijving hieronder)
  2. stof (glanslycra) 1.50 x 1 .50 meter voor een pakje met mouwen of 1.00 x 1.50 meter voor een pakje zonder mouwen
  3. garen, stretchnaalden, elastiek, glitters en/of kralen
  4. gebruikte steek: zigzag
  5. naaibeschrijving

ad 1. Patroon

Een patroon van een pakje zal niet geheel bij uw kind passen omdat het gebaseerd is op een gemiddelde. Daarom zult u altijd de volgende maten van uw kind en het patroon met elkaar moeten vergelijken en eventueel aanpassen:

Ÿ  Taillewijdte

Ÿ  Borstwijdte

Ÿ  Heupwijdte

Ÿ  Mouwlengte

Lengte rug + lengte taille tot het kruis (dus bij elkaar optellen). Dit is de gehele lengte van het pakje. Na het aanpassen heeft u een basispatroon. Van hier uit kunt u een eigen ontwerp maken. Eventueel kunt de maat van het clubpakje gebruiken en aanpassen.

 ad 2. Glanslycra

Het voordeel van lycra is dat het twee kanten mee rekt, zowel in de lengte als in de breedte. Een ander voordeel is dat het niet rafelt en kreukelt.

 Hoe knip je het pakje:

-        Leg de stof geheel open

-        Vouw de breedte van het voor- en achterpand  naar binnen

-        Leg hiertussen de mouwen        

-        Vouw voor de rokjes ook de breedte naar binnen. Om het rokje achter goed over de billen te laten vallen, kun je het achterrokje 3 cm langer knippen.

-        Van de overige stof kan eventueel hoesjes geknipt worden

-        Alle naden knippen met 1 - 1,5 cm , behalve het kruis. Hier wordt 3 cm -aangeknipt. (Als uw kind ineens snel groeit, kan middels het uitleggen van deze naad het pakje langer gemaakt worden).

 

 
    midden

 

stofvouw

stofvouw

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

stofvouw

stofvouw

 

 

 

 

 

 

ad 3. Stretchnaalden

Men noemt ze ook wel Jerseynaalden. Deze naalden zijn vrij scherp en beschadigen de stof minder bij het stikken.

 ad 4. Zigzagsteek

 Door het stikken met een gemiddeld grote zigzagsteek rekt de naad beter mee bij het aan- en uittrekken van het pakje. U moet de stof altijd iets gerekt stikken.

 

ad 5. Naaibeschrijving patroon

 -        Stik de schoudernaden, de zijnaden en de mouwen dicht

-        Stik de mouw in het armsgat

-        Stik de zijnaden van het rokje dicht

-        Stik het rokje op het pakje

-        Stik het kruis

-        Naai een tunnel in de broekspijpen en rijg er elastiek door

-        Stik bij de hals het elastiek mee.

-        Zoom de mouwen.

 

 

 Tip voor het aanzetten van het rokje:

-        Neem de aanzetnaad over van het patroon over (voor- en achterpand)

-        Stik deze naad door

-        Rijg 1 cm naar beneden (richting kruis) een rijgdraad

-        Verwijder de draadjes van het doorstikken

-        Geef met een draadje het midden van het pand aan

-        Geef op het rokje ook het midden aan

-        Schuif het rokje tegen deze rijgdraad aan

 

Hoesjes:

-        Stik de voor- en achternaad

-        Stik in de zomen voor boven 23 en onder 46 cm elastiek mee.

 

 

Richtlijnen voor ontwerp en stof

Een kürpakje moet in lijn zijn met het thema van de kürmuziek. Op een ‘oosters’ muziekje, moet je ook een ‘oosters’ getint pakje maken. We zien nogal eens dat er zeer algemene pakjes zonder thema worden gebruikt, terwijl de kürmuziek heel uitgesproken is. Houd dus bij het ontwerp van het pakje of bij de aanschaf van een tweedehandspakje altijd rekening met het thema van de muziek. Overleg bij twijfel altijd met de trainster.

Lycra is de meest gebruikte stof om pakjes mee te maken. Het is naar twee kanten rekbaar en kan de schaat(st)er zich ook het best in bewegen. Wanneer toch wordt gekozen voor een stof die maar naar één kant rekt, moet je het patroon aanpassen en de rek in de breedte nemen. Velours de panne is een stof die naar één kant rekt en ook veel goedkoper is dan lycra, maar lycra valt over het algemeen mooier en sluit beter aan.

 Natuurlijk kan lycra gecombineerd worden met allerlei andere stoffen, zoals voile en huidstof. Met huidstof kun je pakjes met blote buik en decolleté creëren. Let er echter op dat pakjes met huidstof bij jonge kinderen vaak ouwelijk maakt. Gebruik voor het opfleuren van het pakje bij voorkeur alleen pailletten (glitters), liever geen bont, veren of zwanendons. We zien nogal eens dat pakjes te veel zijn opgevrolijkt met roesjes, applicaties en andere zaken. Zorg dat het pakje in balans blijft en dat er geen sprake is van een rijdende kerstboom.

 Verder zijn er vanuit de Rolschaatsbond Bond ook nog een aantal richtlijnen opgesteld met betrekking tot de kürpakjes:

  1. Tijdens alle kunstrolschaats-evenementen moet de kleding van zowel dames als heren in overeenstemming zijn met het karakter van de muziek en mag nimmer de sporter, de jury of het publiek in verlegenheid brengen.
  2. Kleding van vrouwelijke deelnemers dient borsten, buik, billen en heupen te bedekken. Daarbij is een te diepe halslijn (meer dan 8 centimeter beneden het sleutelbeen) en te hoog opgesneden broekje niet toegestaan. Alle kostuums moeten voorzien zijn van een rok.
  3. Kleding van mannelijke deelnemers mogen niet mouwloos zijn. De halslijn mag niet te diep zijn (niet meer dan 8 centimeter onder het sleutelbeen), zodat de borst/bovenlichaam bedekt blijft. Transparant materiaal is niet toegestaan.
  4. Verfraaiingen aan kleding, zoals pailletten, veren e.d. dienen stevig en nauwkeurig bevestigd te zijn, zodat ze geen gevaar voor andere deelnemers kunnen vormen.
  5. Indien deze regels met betrekking tot kleding worden overtreden, wordt er 0,5 tot 1,0 in de B-waardering afgetrokken.                    

 

Rolschaatsen en hun onderhoud

Een kunstrolschaats bestaat uit een schoen en een onderstel. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen figuur- en vrijrij-schaatsen. Het verschil zit hem voornamelijk in het onderstel. Ten eerste zitten er bij een figuur-onderstel geen doppen op, maar daarnaast heeft een figuuronderstel andere rubbers, staan de schaatsen veel strakker afgesteld en zitten er figuurwielen op. Een figuurschaats is dus geenszins een vrijrij-schaats zonder doppen!

 

Onderdelen van een rolschaats

 

Schoenen

Een goede schoen is stevig en biedt steun aan de enkel. Een schoen moet eigenlijk precies op maat zijn. Natuurlijk mag je rekening houden met de groei, maar laat nooit meer ruimte dan 1 vinger vrij. Dit kun je testen door de veters van de schoenen helemaal los te maken. Ga met beide voeten in de schoenen en schuif je voet zo ver mogelijk naar voren. Met je gewicht goed op 2 voeten staan en sta iets in de knie. Dan mag er maximaal 1 vinger achter de hiel van de voet gestoken worden. Is er meer ruimte, dan is de schoen te groot. Rolschaatsen op een te grote rolschaats is niet goed. De bal van de voet moet zich namelijk precies lijnrecht boven de voorwielen bevinden om goed te kunnen sturen. Alleen zo kun je de juiste druk op de wielen uitoefenen. Het sturen gebeurt dus eigenlijk met de voeten, door middel van zijwaartse druk op de bal van de voet. Een goed passende rolschaats is dus van essentieel belang om een goede rolschaatstechniek te leren.

  

Het onderstel

Een onderstel bevat vele onderdelen. De meeste onderstellen zijn van aluminium, maar inmiddels zijn er ook van titanium. In de figuren op de volgende pagina zijn alle onderdelen van een onderstel benoemd.

Er zijn onderstellen met of zonder verbindingsbeugel. De onderstellen zonder beugel worden het meest gebruikt voor startende rolschaatsers. Startende rolschaatsers springen nog geen hoge en ingewikkelde sprongen en hoeven over het algemeen nog niet veel gewicht op te vangen. De gevorderde schaatser zal overstappen naar een onderstel met beugel die de krachten beter kan opvangen. Bij Atlas is het een losse beugel en en bij Roll*line is de beugel geintegreerd

  1. Plaat
  2. Verbindingsbeugel
  3. Nyloncupje
  4. Bout of as
  5. Klikmoer
  6. Deksel met instelraster
  7. Tussenrubber groot
  8. Kogelpen
  9. Moer voor kogelpen

10.  Zekeringsring voor kogelpen

11.  Brug of as-houder

12.  Tussenrubber klein

13.  Deksel tussenrubber

14.  Kopschroef voor bout

15.  Stofplaatje

16.  Wiel

17.  Tussenbusje

18.  Kogellager

19.  Stofplaatje met borgmoer

20.  Dopschroef

21.  Dop of stopper

22.  Stelsleutel

23.  Steeksleutel 13

24.  Steeksleutel 6/7

25.  Imbus-sleutel

 

 

 

ATLAS onderstel                                                           Roll*line onderstel

 

Het onderstel bestaat uit een plaat (plate) met twee assen (ook wel de trucks). Aan elke as zien we twee wielen bevestigd. De assen zijn op vier punten aan de plaat vastgemaakt, namelijk twee bouten met een vaste schroefverbinding en bovendien voor en achter nog eens met twee kogelpennen in een stuurhuis met een nyloncupje. Een stuurblok bestaat uit een bout, waaraan de brug is bevestigd. De brug wordt tussen twee rubbers geklemd. De wielen worden met borgmoertjes (moertjes met ter hoogte van het schroefgat een plastic ringetje) vastgedraaid aan de brug. Om de kogellagers te beschermen worden afdekplaatjes gebruikt.

 

De rubbers vangen het wringen van de assen op en doordat ze samendrukbaar zijn, kunnen de stuurblokken bewegen. Die samendrukbaarheid is te regelen met de klikmoer. Zo kun je je rolschaatsen vaster en losser draaien. Wanneer je je rolschaatsen strakker zet, door de stelmoer aan te draaien, worden de rubbers meer samengedrukt. Op deze manier worden ze stijver in hun reactie en de besturing wordt vertraagd. De rubbers zijn er in verschillende soorten en hardheid en moeten regelmatig vernieuwd worden.

 

Een Roll*line onderstel ziet er iets anders uit en de stuurblokken worden ook op een andere manier losser en vaster gedraaid. Hierbij moet eerst met de kleine imbussleutel het stuurblok losgedraaid worden, voordat de stelmoer wordt aangedraaid. Ditzelfde geldt voor Star onderstellen, daar moet ook eerst met de imbussleutel het stuurblok losgedraaid worden.

 


Wielen

Er zijn veel soorten wielen verkrijgbaar. Voor figuren zijn er speciale figuurwielen, die groter zijn dan vrijrijwielen. Met figuurwielen ga je harder en blijven langer doorlopen, terwijl vrijrijwielen kleiner zijn, waardoor ze wendbaarder zijn. Daarnaast hebben wielen een verschillende hardheid. Zachte wielen hebben meer grip en betere schokdemping, hardere wielen slijten minder. Het is belangrijk te weten welke keuze er gemaakt moet worden, vooral voor het combineren van wielen. Voor de gevorderde beoefenaars is het belangrijk dat ze verschillende soorten wielen hebben, voor gladde, middelgladde en stroeve vloeren. Voor de rijdsters die nog geen zweef pirouette en dubbele sprongen oefenen is het aan te raden een middelhard wiel te nemen. Het gewicht van de rijdster wordt ook meegenomen welk wiel de juiste is.

 

Kogellagers

In elk wiel zitten twee kogellagers; ronde hoepeltjes met kogeltjes erin, die ervoor zorgen dat de wielen soepel rond kunnen draaien. Deze kogellagers laten de wielen zonder enige speling rond de assen lopen. Er zijn gesloten, half-open en open kogellagers. Het voordeel van gesloten kogellagers is dat er moeilijk vuil bij kan komen, echter ze zijn ook veel lastiger om schoon te maken. Half-open of open kogellagers kunnen worden beschermd door stofplaatjes, die het ergste vuil kunnen tegenhouden. Stofplaatjes hebben de vorm van een diep bord. De onderkant van het bord moet altijd tegen de kogellager aan zitten. Als je ze er verkeerd om op zet, lopen de wielen vast. Tussen de twee kogellagers zit een tussenbusje (van buitenaf niet te zien). Het wordt ook wel een spacer genoemd. Busjes zorgen ervoor dat de druk op je brug-as wordt verdeeld over een veel groter gedeelte van de as. Het tussenbuisje mag dus nooit vergeten worden.

 

Doppen

Aan de voorkant van het onderstel bevindt zich de dop of stopper voor het remmen, voor pasjes en het inpringen bij sprongen. De dop bestaat uit gehard rubber met een metalen staaf met schroefdraad. Deze kan zo in de onderstel worden gedraaid.

Sleutels

Je hebt 4 soorten sleutels nodig. Met een stelsleutel kun je je stuurblokken vaster of losser zetten. Deze sleutel kan per merk onderstel verschillen (Star nr. 15 en Atlas nr. 16). Met steeksleutel 13 kun je je wielen losdraaien. De schroefjes waarmee je schoen aan het onderstel is bevestigd, kun je vastdraaien met steeksleutel 6/7. Tot slot heb je de inbussleutel nodig om je doppen vast en los te draaien en de bout.

 

7.2     Aanschaf rolschaatsen en onderdelen

 

Wanneer je aan rolschaatsen begint, kun je best een paar trainingen op rollerskates rijden, maar het is aan te raden om zo snel mogelijk echte kunstrolschaatsen te kopen. Rollerskates hebben namelijk een slecht sturingssysteem, waardoor je het rolschaatsen nauwelijks onder de knie krijgt.

 

Een paar nieuwe rolschaatsen aanschaffen is erg kostbaar. Gelukkig zijn er veel tweedehands rolschaatsen in omloop, zowel binnen onze vereniging als bij collega-vereningen. Veel verenigingen hebben op hun website een rubriek ‘vraag en aanbod’ en hebben bij hun rolschaatsbaan een prikbord, waar rolschaatsen worden aangeboden.

 

 

Je kunt beter geen straatrolschaatsen kopen, dus geen rolschaatsen met zwarte schoen. De enige winkel in Nederland die kunstrolschaatsen verkoopt is Oomssport in Den Haag. Je kunt ervan uitgaan dat elke andere winkel in Nederland die rolschaatsen verkoopt, straatrolschaatsen verkoopt en die zijn dus niet geschikt. Ook onder de kunstrolschaatsen zijn merken/varianten die je beter niet kunt kopen:

 

Onderhoud

 Een rolschaats heeft regelmatig onderhoud nodig. Als je de onderstaande onderdelen regelmatig nakijkt en indien nodig vervangt, zul je merken dat de rolschaatsen niet onverwachts kapot gaan. Wanneer het onderstel toch kapot gaat is, dit meestal door slecht onderhoud.

 Rubbers

Het is belangrijk de tussenrubbers  op tijd te vervangen, minimaal 1x per jaar. Ook al lijkt het nog niet nodig, het is beter voor het behoud voor bruggen en onderstel . Voor het vervangen van de rubbers is het belangrijk dat je de stelschroef helemaal omhoog draait tegen het onderstel aan voor je het inbusboutje los draait. Er zijn verschillende soorten rubbers, afhankelijk van schaatsniveau en gewicht. Laat je dus goed infomeren, voor je ze aanschaft.

 Nylon cupje

Een heel belangrijk onderdeel is het nylon cupje, dit moet regelmatig vervangen worden en in de praktijk wordt dit maar zelden gedaan. Dit is voor het behoud van het gehele onderstel. Vooral bij de gevorderde beoefenaars geeft dit heel vaak kapotte bruggen of zelfs kapotte onderstellen, omdat door te laat vervangen van dit cupje de plaat kapot gaat en de brug er dan regelmatig uitschiet.

 Doppen

Bij het vervangen van de oude voor nieuwe doppen moet je ervoor zorgen dat deze goed aangedraaid worden. Bij het indraaien van de dop, niets forceren, probeer het gewoon nog een keer opnieuw. Je kunt namelijk snel de schroefdraad vernielen en deze moet dan opnieuw getapt worden. Dat gebeurt met een speciale draadtap. Wanneer de dop niet vast blijft zitten, is waarschijnlijk het inbusboutje van de dop te kort. Door deze te vervangen voor een langere is het probleem vaak opgelost. Het gebeurt ook regelmatig dat er vuil in de schroefdraad en de verstelgleuf zit. Verwijder dit alvorens een nieuwe dop te monteren.

 Kogellagers

Het schoonmaken van de lagers gebeurt als volgt. Je demonteert het wiel en je haalt de kogellagers uit het wiel met behulp van een lagertrekker. De kogellagertrekker van de vereniging is te huur bij de coördinator materiaal en onderhoud. Doe een druppeltje kogellager-olie (of naaimachine-olie) in de kogellager. Met een oude, zachte tandenborstel voorzichtig over de kogellager borstelen. Daarna de kogellagers in een bakje of glazen pot met lagercleaner of wasbenzine zetten. Schud even (dan wordt de wasbenzine helemaal bruin/zwart!) en laat ze nog even (een uurtje) in het benzinebadje liggen. Dit herhaal je tot de benzine schoon blijft. Sommige mensen laten de kogellagers een nacht in de wasbenzine staan. Daarna laat je de lagers goed drogen (een nacht). Tot slot een druppel teflon erin en ze lopen weer als een trein. Teflon is een smeermiddel en is vuilwerend. Het kan ook met kogellager- of naaimachine-olie, maar teveel olie trekt juist vuil aan, dus niet meer dan 1 druppeltje. Kapotte lagers moeten gewoon vervangen worden. Lagers die niet op tijd schoongemaakt worden, kunnen vastlopen en gaan eerder slijten. De kogellagers en het tussenbusje kunnen m.b.v. de kogellagertrekker weer in het wiel geplaatst worden.

 Wielen slijten niet gelijkmatig af. De binnenkant slijt vaak harder en ook de voorwielen slijten vaak harder. Wissel daarom regelmatig je wielen van voor naar achter en van binnen naar buiten. Zijn de wielen ver afgesleten, vervang dan alle wielen in één keer door nieuwe wielen.  Maak de stofplaatjes, de tussenbusjes en de assen ook schoon met een doek met eventueel met een beetje oplosmiddel.

 

Bevestigen van de schoen op het onderstel

Bij het monteren van de schoen op het onderstel moet je eerst goed naar het onderstel kijken, omdat er verschillende onderstellen zijn. Bij bijvoorbeeld Atlas is de dop een beetje naar binnen gericht (DX = rechts en SX = links). Het is dus belangrijk dat je het door iemand laat monteren die weet waar hij/zij mee bezig is. Zorg er ook voor dat je de juiste maat schoen op de juiste maat onderstel zet.

 

 De meest voorkomende fout bij montage is dat men de naad van de neus van de schoen als middellijn neemt, hetgeen dus niet klopt. Je moet zelf op de zool van de schoen een middellijn tekenen. Daartoe moet je het midden bepalen van de hak en het midden van de zool, daar waar de bal van je voet zich bevindt. Je kunt makkelijk controleren of een schoen goed op het onderstel staat, door de rolschaats op de grond te zetten en als je dan van bovenaf op de schoen kijkt, moet bij de bal van de voet elk wiel aan beide zijkanten van de laars evenveel uitsteken.

 

Het is belangrijk om de rolschaatsen vaak te controleren en lagers schoon te maken. Vooral voor de wedstrijd of show is het zinvol om alles even na te lopen. Zitten alle moeren nog goed vast. Zijn de wielen en doppen niet aan vervanging toe? Tot slot, zorg er voor dat je altijd voldoende reserve materiaal bij de hand hebt en als je wat moet vervangen dat je het zo snel mogelijk weer aanvult.

 

 

 

Jurering en puntentelling

Bij figuren wordt door een jury één waardering per figuur gegeven. Bij vrijrijden wordt per jurylid een A- en een B-waardering gegeven.

 A-waardering:

  1. moeilijkheidsgraad van de elementen
  2. verscheidenheid van de elementen
  3. tempo, zuiver- en zekerheid waarmee ze worden uitgevoerd

 B-waardering:

  1. opbouw van de kur
  2. lichaamshouding en stijl
  3. baanverdeling
  4. originaliteit
  5. aanpassingen aan de muziek
  6. uitdrukkingen van het karakter van de muziek
  7. harmonische opbouw van de muziek

 Systeem White

De uiteindelijke uitslag van een wedstrijd wordt berekend met het zogenaamde systeem White. In dit systeem wordt naar jury-overwinningen gekeken en niet zozeer naar het behaalde puntentotaal. Hieronder is een voorbeeld uitgewerkt van een vrijrij-wedstrijd met 5 deelnemers.

 

 

 

Jurylid 1

Jurylid 2

Jurylid 3

 

Marianne

A

4.6

4.6

4.6

 

 

B

4.6

4.5

4.5

 

 

totaal

9.2

9.1

9.1

27.4

 

 

 

 

 

 

Loes

A

4.2

4.3

4.2

 

 

B

4.2

4.2

4.1

 

 

totaal

8.4

8.5

8.3

25.2

 

 

 

 

 

 

Judith

A

4.5

4.5

4.8

 

 

B

4.5

4.5

4.7

 

 

totaal

9.0

9.0

9.5

27.5

 

 

 

 

 

 

Esther

A

4.2

4.2

4.2

 

 

B

4.1

4.3

4.3

 

 

totaal

8.3

8.5

8.5

25.3

 

 

 

 

 

 

Ingrid

A

4.3

4.3

4.3

 

 

B

4.3

4.3

4.1

 

 

totaal

8.6

8.6

8.4

25.6

 

Zo op het eerste oog zou Judith hebben gewonnen, want die heeft het meeste aantal punten behaald. Echter per jurylid moet de A- en de B-waardering opgeteld worden. Op die manier krijg je 3 totaalwaarderingen per deelnemer. Als je het nu per jurylid gaat bekijken, dan moeten we concluderen dat Marianne bij jurylid 1 en 2 heeft gewonnen van Judith. Dat is dus 2 juryleden tegen 1 en dus wint Marianne. Als er niet naar juryoverwinningen zou worden gekeken, zou één enkel jurylid in theorie een wedstrijd negatief of positief kunnen beïnvloeden, door een rijd(st)er extreem hoge punten te geven.

 Hoe gaat de berekening dan in zijn werk? Er wordt een matrix gemaakt, waarin wordt opgeschreven hoeveel jury-overwinningen een deelnemer heeft t.o.v. een andere deelnemer. Je vult zo’n matrix in van links naar rechts. In dit voorbeeld kijken we eerst hoeveel overwinningen Marianne heeft op Loes. Dit zijn er 3. Dan naar het aantal overwinningen op Judith en zoals hiervoor beschreven heeft jurylid 3 Judith boven Marianne geplaatst, dus Marianne krijgt 2 overwinningen. Op deze manier ga je verder.

 

 

Marianne

Loes

Judith

Esther

Ingrid

Marianne

 

3

2

3

3

Loes

 

 

 

 

 

Judith

 

 

 

 

 

Esther

 

 

 

 

 

Ingrid

 

 

 

 

 

 Als de hele matrix is ingevuld, wordt per rij het aantal overwinningen opgeteld. Dus hoe vaak heeft de deelnemer bij meerderheid van de jury gewonnen van de andere deelnemers. Als deze stap geen uitsluitsel geeft, worden alle overwinningen bij elkaar opgeteld. In onderstaande tabel staat de einduitslag van het voorbeeld:

 

 

Marianne

Loes

Judith

Esther

Ingrid

Stap 1

 

Aantal overwinningen

Plaatsing

Stap 2

 

Totaal aantal overwinningen

Plaatsing

Marianne

 

3

2

3

3

4

1

 

1

Loes

0

 

0

1.5

0

0.5

 

1.5

5

Judith

1

3

 

3

3

3

2

 

2

Esther

0

1.5

0

 

1

0.5

 

2.5

4

Ingrid

0

3

0

2

 

2

3

 

3


Aanvullende gegevens